Contact
siervuurwerk

Vuurwerk leuk maar niet gezond

Datum: 30 dec 2011

Vuurwerk is leuk en link. Iedereen weet dat het afsteken risico's met zich meebrengt. Slechts weinigen beseffen dat het milieu minstens een dag lang zwaar te lijden heeft. Ook het inademen van de buitenlucht gedurende de jaarwisseling en de eerste uren daarna is niet zo gezond.

Het belangrijkste gezondheidsrisico van vuurwerk vormt fijnstof. Fijnstof bestaat uit zwevende deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer die gemakkelijk in de longen kunnen binnendringen, en daarmee schade aan het lichaam kunnen veroorzaken. De normale concentratie bedraagt 30 microgram per kubieke meter (µg/m3). Bij een concentratie boven 50 µg/m3 spreken we van matige smog. Elk jaar wordt in de nieuwjaarsnacht rond 1:00 uur een piekconcentratie van fijnstof waargenomen in stedelijke gebieden, soms oplopend tot zo'n 600 µg/m3. De hoogte van de piek is afhankelijk van de meetlocatie en de weersomstandigheden. In de binnensteden, waar het meeste vuurwerk wordt afgestoken, blijven de dampen langer hangen tussen de gebouwen. Bij regen of harde wind neemt de hoeveelheid fijnstof snel af door afvoer en verspreiding. Weer of geen weer, tegen 8:00u 's morgens zijn de waarden op de meeste plaatsen weer teruggevallen naar normaal niveau. Ondanks de hoge piekconcentraties in de nieuwjaarsnacht blijft het daggemiddelde meestal onder de EU-norm van 50 µg/m3.

Behalve fijnstof komen er bij het afsteken van vuurwerk ook zware metalen vrij. Deze worden gebruikt om kleureffecten aan het vuurwerk te geven. De gevaarlijkste daarvan zijn barium (groen), strontium (rood), koper (blauw), en antimoon (glittereffect). Na het afsteken komen de metalen in de lucht, en vervolgens op de grond en in het oppervlaktewater. Georg Steinhauser van de Technische Universiteit in Wenen ontdekte in 2008 dat verse sneeuw dat tijdens een vuurwerkshow viel, plaatselijk een 580 maal hogere concentratie barium bevatte dan sneeuw dat voor de show was gevallen! Dit is volgens hem het bewijs dat er na het afsteken van siervuurwerk behoorlijk wat van dat metaal in de lucht hangt, en ook rechtstreeks door mensen kan worden ingeademd. Bariumverbindingen zijn zeer giftig. Vooral bij groen siervuurwerk kan men de dampen dus maar beter mijden.

Over de mate van verontreiniging van het oppervlaktewater met metalen door vuurwerk bestaat veel onenigheid. Omdat ook zoveel andere bronnen de wateren met zware metalen bevuilen, is erg lastig te berekenen welk aandeel vuurwerk hierin heeft. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) brengt de zware metalen die in vuurwerk worden gebruikt, vooralsnog niet in verband met een significante verontreiniging van het oppervlaktewater. Vooral omdat de uitstoot tijdens de jaarwisseling van zeer tijdelijke aard is. Om die reden zal vuurwerk voorlopig nog niet verboden worden, hoezeer dit de milieubewuste mens ook zal verbazen. Toch is het aan te raden om in de nieuwjaarsnacht zoveel mogelijk uit de kruitdampen te blijven, en bij windstilte snel weer naar binnen te gaan.

Een gelukkig Nieuwjaar!

Mark de Nijs



tekst

Succesvolle lancering Nasa marsverkenner

Datum: 26 nov 2011

NASA heeft zaterdagmiddag 26 november een succesvolle lancering uitgevoerd van het Mars Science Laboratory, bijgenaamd Curiosity, dat in augustus 2012 op Mars moet landen. De rijdende marsverkenner zal daar onder meer bodemonderzoek doen.

In feite gaat het om een rijdend laboratorium ter grootte van een auto. Veel groter dus dan de vorige marswagentjes Opportunity en Spirit die de NASA in 2003 naar Mars zond. Eén van deze robotwagentjes, de Opportunity, is overigens nog steeds actief en stuurt nog altijd data vanaf het oppervlak van Mars naar de Aarde.
Curiosity verkenner De Curiosity, zoals de zojuist gelanceerde robotwagen is gedoopt, heeft veel meer mogelijkheden. Zo heeft het een laser-camera systeem aan boord dat bodemmonsters op afstand nauwkeurig kan analyseren. Het is de hoop daarmee vooral koolstofverbindingen te vinden, zodat er aanwijzingen zijn voor huidig of vroeger leven op Mars. Verder zijn er geavanceerde videocamera's aan boord, een weerstation en een stralingsmeter. Dat laatste is vooral om de radioactiviteit vast te stellen, zodat gunstige locaties kunnen worden gekozen waar in de toekomst mensen kunnen landen.

tekst

Behalve qua grootte, gewicht en mogelijkheden, zijn er nog twee belangrijke verschillen met de vorige marswagentjes uit 2003. Werden de Spirit en Opportunity nog stuiterend in een kluwe airbags op het marsoppervlak gedropt, bij de ongeveer één ton zware Curiosity is dat niet meer mogelijk. De robotwagen moet vanaf een soort straaljager-platform voorzichtig naar beneden worden getakeld, net zoals helikopters dat doen. Omdat dit nog nooit eerder is gedaan, wordt het bij de landing erg spannend. Tegelijk is het een mooie oefening, want menselijke missies zullen waarschijnlijk ook via straalmotoren zacht op het oppervlak moeten landen, net zoals de Apollo 11 dat deed op de Maan.
Een tweede grote verschil is dat deze marswagen op kernenergie draait. De twee andere marswagentjes hadden zonnepanelen, maar deze raakten bedekt met het rode stof dat alom tegenwoordig is in de Martiaanse atmosfeer. Bovendien heeft de Curiosity zoveel energie nodig dat zonnecellen dit simpelweg niet aankunnen. De kleine kernreactor aan boord van de Curiosity heeft 5,3 kilo plutonium meegekregen, waarmee de robot 2 jaar vooruit kan.

De lancering van zaterdagmiddag was extra spannend, omdat de Russen veel pech hadden met hun eerder deze maand gelanceerde mars-sonde Phobos-Grunt. De Amerikanen bleken tot veler opluchting wederom succesvoller dan hun Russische concurrenten. Maar ze hebben er dan ook veel meer geld tegen aan gegooid: 1,9 miljard euro tegen 120 miljoen euro bij de Russen. Een krachtige Atlas V raket tilde de in een capsule verpakte Curiosity precies om 16:00u Nederlandse tijd van de grond. Om 16:47u maakte de capsule zich los van de laatste rakettrap, waarna deze nu veilig op weg is naar Mars. Over acht en een halve maand, in augustus 2012, zal het object daar landen. Als locatie is een krater met een berg gekozen waar geologische lagen zichtbaar zijn zoals in de Grand Canyon. Dit verhoogt de kans interessante dingen te vinden. Maar eerst moet de wonderwagen nog veilig landen.

Mark de Nijs



phobos-grunt

Russisch 'gifvat' in baan om aarde

Datum: 10 nov 2011

(Updates: onderaan dit artikel)

Sinds 8 november cirkelt er een onbestuurbaar Russisch ruimtevaartuig in een lage baan rond de aarde. De bestemming was Mars, en één van haar manen. Maar door een weigerende motor is het de vraag of het daar ooit zal aankomen. Gevreesd wordt voor een terugval in de dampkring.

Er zijn al vele missies naar Mars geweest sinds 1960. Velen daarvan faalden. In augustus 1965 lukte het de Amerikanen voor het eerst om een scheervlucht te maken langs de planeet en 22 foto's te maken van het marsoppervlak. Daarvoor waren zes pogingen mislukt, waarvan er vijf Russisch waren. Eind 1969 boekten de Amerikanen opnieuw twee successen, terwijl de Russen de achtste mislukking aan hun lijstje toevoegden.

Het zit de Russen nu opnieuw niet mee. Op 8 november jl. werd vanaf de Baikonoer-basis in Kazachstan een raket gelanceerd met aan boord de Phobos-Grunt, een ruimtesonde die richting Mars zou vliegen, en daar de maan Phobos moet onderzoeken. Door het falen van één van de motoren is het ruimtevaartuig echter in een baan om de aarde blijven hangen. De deskundigen hebben vanaf 9 november twee weken de tijd om de motor weer aan de praat te krijgen. Daarna zijn de batterijen leeg en valt het gevaarte onvermijdelijk terug op aarde. Als de sonde niet binnen een week in een hogere baan is gebracht, kan dit zelfs eerder gebeuren. Aan boord bevindt zich zeven ton van de uiterst giftige stoffen hydrazine en distikstoftetroxide. Mocht het ruimtevaartuig richting aarde storten dan zullen deze stoffen waarschijnlijk in de atmosfeer verbranden, maar deskundigen maken zich toch zorgen dat vallend schroot het aardoppervlak kan bereiken.

Paradepaardje

Het 120 miljoen euro kostende project was een paradepaardje van de Russische machthebbers, omdat na 20 jaar Rusland eindelijk weer mee zou tellen in de race om de ruimteverkenning. De missie was in 2009 al uitgesteld door ontwikkelingsproblemen. Als ook deze poging mislukt, betekent dit een zware klap voor de Russische ruimtevaart. Het is niet de eerste. Al sinds het begin worden Russische missies richting de rode planeet geplaagd door tegenslag. Eerder al hadden de Russen hun pogingen om het oppervlak van Mars te bereiken opgegeven. In mei 1971 werd het eerst marswagentje ooit richting de rode planeet gestuurd, de Mars 2, waarmee de Sovjet-Unie de eerste hoopte te zijn die foto's en meetgegevens over het marsoppervlak naar de aarde zou sturen. Helaas sloeg het ding zes maanden later te pletter op Mars door een technisch mankement, zonder ooit gefunctioneerd te hebben. Een week later landde er weer een wagentje, ditmaal aan de andere kant van de planeet (de Mars 3), maar deze bleef slechts 15 seconden werken. De Russen hielden nog even vol. In maart 1974 lande er weer twee landers van sovjetmakelij. Maar terwijl de één alleen onleesbare gegevens wist door te sturen, was de andere te vroeg van het moederschip afgesplitst waardoor het de planeet miste op 1300 km.

phobos maan

Nadat de Amerikaanse Viking 1 in 1976 de eerste close-up foto's op menshoogte van het oppervlak van Mars naar de aarde wist te sturen, was het de Russen duidelijk dat er geen eer meer te behalen viel. Hierna gooiden de Russen het op Phobos, een van de manen van Mars, met een diameter van zo'n 22 kilometer, en een aangenaam subtropisch oppervlaktetemperatuurtje van 40°C. In juli 1988 stuurden de Sovjet-Unie twee landers, de Phobos 1 en 2, naar dit maantje, maar beiden hebben het rotsblok nooit bereikt. Om deze laatste pijnlijke herinnering te vergeten, deed Rusland nu met vereende krachten van China en Finland een nieuwe poging. De op 8 november gelanceerde Phobos-Grunt had bodemmonsters van het maantje moeten terugbrengen naar de aarde. Maar ook ditmaal stak de zoon van Mars daar een stokje voor.

De enige eer die de Russen hebben, is het eerste menselijke object op de Marsbodem te hebben gedeponeerd, zij het in brokstukken. De te pletter geslagen Mars 2 ligt deze maand precies 40 jaar op de marsbodem, tussen het rode stof. Als aandenken aan de Russische pech.

Update 11 nov 2011:

Alle pogingen om contact te krijgen met de Phobos-Grunt zijn tot nu toe mislukt. Er wordt al rekening gehouden met een onvermijdelijke terugval van het ruimtevaartuig in de dampkring. Schattingen over de datum waarop dit zal gebeuren lopen uiteen van eind november tot midden december. Het Amerikaanse NORAD dat elk stukje ruimteschroot nauwlettend volgt, houdt het voorlopig op 26 november. Gezien de grootte van het ruimtevaartuig (13 ton) is het vrijwel zeker dat niet alles in de dampkring zal verbranden, en dat onderdelen op het aardoppervlak zullen neerstorten. Met name de capsule die met monsters voor terugkeer naar de aarde was ontworpen, zal de val zeker doorstaan en in zijn geheel ergens op de aarde terechtkomen. Waar is een groot vraagteken.

Update 16 nov 2011:

Het is nog steeds niet gelukt om contact te leggen met de Phobos-Grunt. Het ruimtevaartuig komt na elke omwenteling rond de aarde 1,2 km dichter bij onze planeet. Volgens de laatste berekeningen zal het gevaarte rond 12 januari 2012 terugvallen in de dampkring. Het hoofd van het Russische ruimtevaartbureau Roskosmos, Vladimir Popovkin, heeft toegegeven dat de kans om de missie nog te redden gering is. Desalniettemin wil men doorgaan met pogingen om contact te leggen met het stuurloze object tot begin December, al is het maar om gegevens over de mislukking te verkrijgen. Daarna kan de sonde niet meer naar Mars worden gestuurd, omdat Mars zich dan te ver van de Aarde heeft verwijderd.
Een lichtpuntje is dat de Phobos-Grunt in staat is gebleken om zijn zonnepanelen naar de zon te blijven richten, zodat de batterijen telkens worden herladen. Dit is noodzakelijk om de belangrijkste systemen aan boord werkend te houden, en een eventuele software-update naar de sonde te kunnen sturen. Maar vooralsnog geeft de zender aan boord geen respons. Mocht de Mars-sonde terugvallen op aarde dan zouden weinig brokstukken de grond of oceaan bereiken, zo beweert Popovkin, doordat de 7,5 ton brandstof aan boord met een grote knal zal exploderen. De vraag is of dit zo gebeurt. De kans dat de hittebestendige retour-capsule de val overleeft en het aardoppervlak bereikt is in elk geval groot.

Update 23 nov 2011:

ESA tracking station Perth

Een grondstation van de ESA in het Australische Perth heeft op de avond van dinsdag 22 november een signaal opgevangen van de Phobos-Grunt. Dat is voor het eerst sinds de Mars-sonde in een baan om de aarde terecht kwam, op 9 november jl.
Veel reden tot juichen is er echter niet, want de tijdspanne (launch window) waarbinnen de Phobos-Grunt aan zijn reis naar Mars had moeten beginnen, sloot officiëel op 21 november. Inmiddels raakt Mars verder verwijderd van de aarde en is de kans gering dat de sonde zijn eindbestemming nog haalt. Vertegenwoordigers van het Russische ruimteagentschap hebben al toegegeven dat het project als mislukt moet worden beschouwd.
Bij terugkomst in de dampkring is het zeker dat de retour-capsule de aardbodem zal bereiken, zei adjunct-directeur Vitali Davydov van het ruimteagentschap. Waar dat exact zal gebeuren kan pas 12 uur van te voren bepaald worden. Volgens de laatste berekeningen valt de sonde medio januari terug op aarde.

Mark de Nijs



lithium-ion

Nieuw procédé gaat lithiumbatterij boost geven

Datum: 24 okt 2011

Wetenschappers in Karlsruhe hebben een nieuw procédé ontworpen voor Lithium-ion-batterijen, waardoor deze veel meer opslagcapaciteit krijgen. In het nieuwe ontwerp zorgen fluoride-ionen voor de elektronenoverdracht, die daardoor veel efficiënter verloopt. Het nieuwe type batterij zou een tot tien keer hogere capaciteit hebben dan de gangbare lithiumbatterijen. Zowel voor producenten van consumentenelektronica als milieubewegingen zou dit goed nieuws zijn.

Lithium-ion batterijen worden al langere tijd breed toegepast in producten waar het lichte gewicht van belang is, zoals laptops, mobiele telefoons, elektrische auto's en zelfs vliegtuigen op zonne-energie. Lithium is het lichtste metaal dat er bestaat, en heeft gunstige elektro-energetische eigenschappen. De opslagcapaciteit van lithium-ion batterijen is tot nu toe echter beperkt gebleven. Dit betekent dat de batterijen vaak opgeladen moeten worden, en ook dat er meerdere batterijen naast elkaar nodig zijn voor apparaten die een hoger vermogen verbruiken. Al jaren doen wetenschappers onderzoek naar het verbeteren van de eigenschappen van lithiumbatterijen. Zo zijn er al lithium-ion-polymeer- en lithium-zwavel-batterijen geproduceerd, maar tot nu toe leverden deze nieuwe ontwerpen weinig meerwaarde boven de gangbare lithium-ion-batterijen.

Onderzoekers van het Karlsruhe Institut für Technologie (KIT), onder leiding van Dr. M. Fichtner en Dr. M.A. Reddy, hebben ontdekt dat fluoride-ionen de elektronenoverdracht tussen de twee polen in een lithiumbatterij veel beter verwezenlijken, dan lithiumionen zelf. Omdat in dit geval meerdere elektronen per metaal-ion overgedragen kunnen worden, wordt de energiedichtheid, en daarmee de capaciteit, aanzienlijk verhoogd. Mogelijk kunnen daardoor zelfs andere metalen in plaats van lithium gebruikt worden, waardoor de veiligheid toeneemt. De wetenschappers zijn nu aan het uitzoeken hoe de nieuwe batterij het best ontworpen kan worden voor toekomstige productie. Er zal een soort fluoridepasta tussen de polen gebracht moeten worden, voordat de batterij ook bij kamertemperatuur de gewenste capaciteit levert.

Hetzelfde onderzoeksinstituut heeft inmiddels ook een methode bedacht voor het sneller en daardoor goedkoper produceren van de huidige lithium-ion-batterijen. Vooral producenten van accu's voor elektrische auto's hebben dus redenen het KIT in de gaten te houden.

Mark de Nijs



bikunine

Biopolymeer geeft geheim prijs

Datum: 15 okt 2011

Hoewel DNA-moleculen al deels in kaart zijn gebracht, zijn die andere belangrijke biomoleculen genaamd saccharide-biopolymeren tot nu toe in de schemer gebleven. Voor het eerst is nu de structuur van zo'n essentiëel molecuul in kaart gebracht, waarmee de tip van de sluier van het geheim des levens weer wat verder wordt opgelicht.

Bij de de interactie tussen cellen spelen de zogenaamde saccharide-biopolymeren een hoofdrol. Vaak zijn dit eiwitten met daaraan gekoppeld een reeks suikermoleculen (sacchariden). Hun structuur en eigenschappen kunnen ons meer inzicht geven in hoe evolutionaire verschillen tussen organismen zijn ontstaan, en hoe de ontwikkeling van een organisme plaatsvindt. Het is al bekend dat deze biopolymeren reageren op veranderingen in de omgeving, ziekte en weefselbeschadiging. Ze passen zich aan als er iets met het lichaam gebeurt. Om te begrijpen hoe en waarom dit gebeurt, dienen we eerst hun structuur te weten. Voor de allereerste keer is nu de exacte structuur van zo'n uiterst complex biomolecuul in kaart gebracht.

Het molecuul wat nu onderzocht is, is bikunine, een eiwit met daaraan gekoppeld een lange keten van dissachariden, dat in het lichaam ontstekingen tegengaat. Robert Linhardt, de leider van het onderzoek op het Rensselaer Polytechnisch Instituut in Troy (New York, VS) die de structuur blootlegde, beschouwt de ontrafeling van bikunine als de eerste belangrijke stap op de ladder naar het in kaart brengen van meer complexe biomoleculen. Bovendien kan hiermee worden aangetoond dat de volgorde van de bouwstenen in het saccharidedeel van deze biopolymeren er wel degelijk toe doet. Iets dat door sommige wetenschappers wordt betwijfeld.

De techniek die Linhardt en zijn medewerkers hebben gebruikt, is geavanceerde massaspectrometrie, een techniek die al eerder werd toegepast bij de ontrafeling van eiwitstructuren. Het in kaart brengen van complexe biomoleculen verschaft wetenschappers veel inzicht in het functioneren van organismen, ziekteprocessen en de ontwikkeling van doelgerichte medicijnen.

Mark de Nijs



stamcel

Lichaamseigen stamcel een stap dichterbij

Datum: 6 okt 2011

Wetenschappers in New York hebben onlangs ondekt dat het mogelijk is om menselijke stamcellen te verkrijgen via klonen. Met deze techniek kunnen stamcellen gemaakt worden die het DNA bevatten van de mens waarvoor ze bestemd zijn. Dit is een nieuwe stap in de richting van succesvolle stamcelterapie.

Stamcellen zijn het bronmateriaal van alle andere cellen in ons lichaam. Ze komen vooral voor in embryo's van een zeer vroeg ontwikkelstadium, zo'n 5 à 7 dagen. Uit stamcellen ontstaan alle soorten weefsels die in ons lichaam voorkomen, vandaar dat ze zo aantrekkelijk kunnen zijn voor het genezen van ziektes en lichamelijke tekortkomingen. In alle gevallen waar menselijk weefsel beschadigd of verdwenen is, zou de kwaal gerepareerd kunnen worden met stamcellen. Het onderzoek naar toegepaste stamceltherapie staat echter nog in de kinderschoenen.

Tot nu toe worden stamcellen verkregen uit embryo's die zijn achtergebleven op vruchtbaarheidsklinieken. Deze stamcellen hebben het nadeel dat ze vreemd erfelijk materiaal bevatten – namelijk van de ongeboren vrucht van een 'onbekende' moeder – waardoor het weefsel dat ze zullen produceren in het lichaam van een patiënt kan worden afgestoten. Het nieuwe onderzoek toont aan dat er stamcellen verkregen kunnen worden met het DNA van de patiënt waarvoor ze bedoeld zijn. Hierdoor zullen de stamcellen niet meer afgestoten worden en veel beter hun genezende werk doen.

De techniek is al eerder succesvol toegepast bij dieren, namelijk bij het gekloonde schaap Dolly in 1997. Hierbij werd de celkern van de eicel van een moederschaap simpelweg vervangen door de celkern van de volwassen Dolly. Bij mensen gaat dat echter niet zo gemakkelijk. Op de een of andere manier komt de celontwikkeling dan al heel snel tot een halt. Men vermoedt omdat de celkern van een menselijke eicel van zichzelf al specifieke erfelijke eigenschappen heeft.

Wat de New Yorkse wetenschappers nu hebben gedaan, is het volwassen DNA toevoegen aan de celkern van een menselijke eicel, zonder het daar al aanwezige DNA te verwijderen. Ditmaal ontwikkelde de eicel zich zonder problemen tot een ongeboren vrucht met gezonde stamcellen. En toch zijn deze nog niet bruikbaar voor medische toepassing. De nu gekweekte stamcellen bevatten namelijk teveel DNA, zowel de chromosomen van de patiënt als die van de 'onbekende' moeder. Dit probleem moet nog worden opgelost. De resultaten hebben echter een nieuw inzicht gegeven in het produceren van lichaamseigen stamcellen voor patiënten die dat hard nodig kunnen hebben.

Mocht stamceltherapie ooit echt succesvol blijken dan zal bijna elk menselijk orgaan vervangen kunnen worden door nieuw weefsel. Zoöok de huid, die er daarna weer als van een baby uitziet. Een droomwens van veel vrouwen, en… ook steeds meer mannen.

Mark de Nijs



LHC tunnel

CERN doet Einstein omdraaien in zijn graf

Datum: 23 sept 2011

Op zijn minst zou Einstein in elk geval zijn wenkbrouwen fronsen. Het CERN heeft namelijks onlangs vastgesteld dat bepaalde deeltjes sneller dan het licht zijn gegaan. Iets wat al meer dan honderd jaar voor onmogelijk wordt gehouden.

Het betreft een experiment met neutrino's, zeer kleine deeltjes die overal doorheen vliegen, en die over een afstand van 730 km werden verzonden van Genève naar een laboratorium in Italië. Het gaat echter slechts om 60 nanoseconden, dat is 60 miljardste van een seconde. Dus waar praten we eigenlijk over? Voor natuurkundigen is dat echter een heleboel.

Als het waar is, zouden veel wetten in de huidige fysica herschreven moeten worden, omdat velen daarvan gebaseerd zijn op het feit – of moeten we nu spreken van aanname – dat niets sneller kan gaan dan het licht. De speciale relativiteitstheorie van Einstein is hier ook op gebaseerd, waaruit vervolgens de beroemde formule E = m.c² is afgeleid. Het zou heel wat betekenen, althans voor theoretici, wanneer dit alles op losse schroeven komt te staan.

Omdat bij de metingen GPS systemen en atoomklokken zijn gebruikt, konden de afstand en de tijdsduur zeer nauwkeurig worden bepaald. De foutmarge voor de meting is door de wetenschappers op 10 nanoseconden gesteld. Aangezien de gemeten snelheid hier met een factor zes van afwijkt, moet er iets bijzonders aan de hand zijn. En toch moeten we een slag om de arm houden.

Frank Linde, directeur van het instituut Nikhef, het nationaal instituut voor subatomaire fysica dat gelinkt is aan CERN in Zwitserland, zegt zelf pas na vijf maal deze foutmarge over een ontdekking te spreken. Meerdere instrumenten achter elkaar kunnen namelijk een opeenhoping van meetfouten genereren, waardoor de foutmarge vermenigvuldigd moet worden. Een afwijking van 50 nanoseconden had dus voor Frank Linde net op de grens gezeten, en wat hem betreft geen natuurkundige revolutie ingeluid. Maar de resultaten van het CERN experiment zit hier weer net 10 nanoseconden boven, waardoor het toch interessant wordt.

Maar wat als er nou net iets meer fout is gegaan, waardoor de foutmarge bij dit experiment groter genomen moet worden? Dan zal blijken dat het toch allemaal een storm in een glas water is. Misschien is er wel een kleine beweging in de aardkorst geweest waardoor de meetresultaten niet kloppen.

Om volledige zekerheid te krijgen dat er echt iets revolutionairs is ontdekt, zal het hele experiment herhaald moeten worden door onafhankelijke instituten op andere plaatsen op aarde. Dat zal gebeuren in Japan en de VS. Voor dat we hiervan de resultaten zullen zien, moeten we echter nog even geduld hebben. Een verklaring over 60 miljardste seconden kan daarom nog maanden op zich laten wachten.

Mark de Nijs



Koningin Hatsjepsoet mogelijk overleden aan zalfje

Hatsjepsoet (11K)

Datum: 24 aug 2011

Onderzoekers in Bonn hebben ontdekt dat in een parfumflesje van de Egyptische koningin Hatsjepsoet kleine hoeveelheden van de stof Benzopyreen aanwezig waren. Dit is een zeer kankerverwekkende stof, die bij gebruik ervan op de huid de kans op kanker aanzienlijk vergroot. Eerder was vast komen te staan dat de vrouwelijke farao aan kanker leed. Nu is mogelijk de oorzaak daarvan ontdekt.


Het Egyptische Museum in Bonn bewaart al geruime tijd een klein oud flesje dat ooit aan Hatsjepsoet toebehoorde. Lange tijd werd aangenomen dat het om een parfumflesje ging. Twee jaar geleden besloten wetenschappers van de Universiteit Bonn het object nader te onderzoeken. Uit de resultaten blijkt dat het flesje waarschijnlijk een huidverzorgingsproduct bevatte, of zelfs een zalf tegen exceem. In het flesje werden grote hoeveelheden palmolie en nootmuskaatolie aangetroffen, alsmede enkele vetten ter verzachting van huidaandoeningen en de stof benzopyreen. Deze laatste werd ook in de moderne tijd nog wel gebruikt in cosmetische producten om huidaandoeningen tegen te gaan, maar is tegenwoordig verboden omdat zij zeer kankerverwekkend is.

Teer

Benzopyreen komt voor in (kool)teer en in verbrandingsresten van hout en voedsel. Het heeft een sterk aromatische lucht en ruikt naar teer. In zuivere vorm is het een gelige vaste stof die makkelijk oplost in organische oplosmiddelen en vetten. In het begin van de 20e eeuw werd de relatie tussen benzopyreen en kanker aangetoond bij laboratoriumdieren door deze regelmatig met koolteer in te smeren. Ook in tabaksrook is de stof aangetroffen.

Farao

flesje_t (11K)

Hatsjepsoet was de langst regerende vrouwelijke farao van Egypte. Zij heerste van 1479 tot 1458 voor Christus. In die 22 jaar bracht zij veel voorspoed voor het land van de Nijl. Haar regeerperiode wordt gekenmerkt door vrede, hernieuwde handelsbetrekkingen en de bouw van vele monumenten. De bekendste daarvan is het grote tempelcomplex met collonades in Deir el-Bahri.

Van Hatsjepsoet was al bekend dat zij aan kanker leed, omdat in haar mummie tumorcellen werden aangetroffen. Het is best mogelijk dat het gebruik van de huidzalf uit het flesje de ziekte bij haar heeft veroorzaakt. Maar onomstotelijk bewijs daarvoor is er niet. Pas wanneer ook in de mummie sporen van benzopyreen worden aangetroffen heeft men 'bewijsmateriaal'. Ook dan is het echter nog de vraag of er nog andere oorzaken waren die kanker bij Hatsjepsoet veroorzaakte, maar dat benzopyreen het proces heeft bespoedigt lijkt zeer waarschijnlijk.



© Mark de Nijs

Over de auteur:

portret

Mark de Nijs studeerde Scheikunde en volgde een cursus weten- schapsjournalistiek.



Counter